Wat een drukte

De tijd vliegt voorbij. Inmiddels ben ik al in Galicie aangekomen, de laatste provincie die ik zal doorkruisen opmijntocht door Spanje. Nog maar 130 kilometer van Santiago de Compostela verwijderd, waar ik als alles goed blijft gaanop dinsdag 5 oktober zal aankomen. Daarna heb ik nog een paar dagen nodig om ´het einde van de wereld´ bereiken, Kaap Finisterra. De naam Finis (einde) Terra (wereld) verwijst naar het feit dat de vroege pelgrims, eenmaal aangekomen bij de Atlantische oceaan, dachten dat ze aan het einde van de wereld waren gekomen.

Het wordtsteeds drukker op de route enhet is duidelijk te merken dat in veel dorpen de pelgrims de belangrijkste bron van inkomsten is. Het is dan ook vaak zo dat dorpen die voorheen verlaten waren, nu weer nieuw leven ingeblazen krijgen door de ´camino industrie´ dus het heeft zo zijn voordelen. Maar ik verlangsoms wel naar wat meer stilte en wat minder medepelgrims. Maar het zal alleen maar drukker worden want morgen bereik ik Sarria, het uitgangspunt van veel Spanjaarden voor hun bedevaart naar Santiago omdat het vanaf daar nog maar 100 kilometer is naar Santiago, het minimale aantal kilometers dat je moet lopen om in aanmerking te komen voor een ¨compostela´´ én de vergeving van alle zonden uiteraard...

Een mooi voorbeeld van een dorp datweer tot leven is gekomen is Foncebadon waar ik enkele dagen geleden was. Het stond nog maar een paar jaar geleden bekend als het dorp van de wilde honden. Veel pelgrims werden daar belaagd door grote groepen zwerfhonden en meniggeen durfde er niet of in ieder geval niet alleen doorheen.Er werdookin veel reisbeschrijvingen voor dit ´spookdorp´ gewaarschuwd. Inmiddels is het dorp drie herbergen en een heleboel pelgrims rijker en de enige honden die je er treft zijn meestal te lui om nog een oog te openen voor de zoveelste passerende wandelaar. Het is een mooi oud dorp en veel van de ruines worden opnieuw opgebouwd. Aan het begin van de avond, als iedereen gearriveerd is en zijn intrek in een van de herbergen heeft genomen, ziet het dorp zwart van de pelgrims in hun hi-tec outfits metlichtgewicht afritsbroeken, comfortabele sandalen en fleece-jacks. een scherp contrast met de middeleeuwse uitstraling van het dorp.

De ochtend na mijn vertrek uit Foncebadon kwam ik met zonsopgang bij het Cruz de Ferro, het ijzeren kruis, dat bevestigd op een paal van 5 meter hoog op een enorme berg met stenen staat. De traditie wil dat iedere pelgrim een steen van huis meebrengt en deze bij het Cruz de Ferro neerlegt als het symbolische afleggen van de zware last die hij met zich meedraagt. Na het neerleggen van de steen kan de pelgrim bevrijd van zijn lasten door naar Santiago. Uiteraard heb ik ook mijn steentje neergelegd. En was een mooi moment met de opgaande zon met aan de andere kant de volle maan nog hoog aan de hemel. Voor veel mensen een emotioneel moment van de camino, zo ook voor mij.

De meseta ligt alweer een tijdje achter me en de landschappen waar ik nu doorheen loop zijn groen en liefelijk met sappige weiden en glooiende bergen met groene bossen . Alleen het gesteente heeft een andere kleur: grijs (leisteen) of roodachtig graniet. Veel mensen in Galicie leven van de landbouw of de veeteelt en de dorpen waar ik doorheen loop zijn echte boerendorpen met loslopende kippen, overstekende koeien en koeienvlaaien op de weg. Gisteren was ik in O Cebreiro, een dorp dat rechtstreeks uit Asterix en Obelisk lijkt te komen. Het dorp ligt op een bergkam en aan beide zijden heb je een fantastsich uitzicht op de omringende bergen.

Mijn ritme heb ik inmiddels helemaal gevonden. Geen blaren meer en de siësta die ik voorheen nog zo hard nodig had, sla ik steeds vaker over.Ik heb het gevoel dat ik zo nog wel een paar maanden door zou kunnen lopen. Maar helaas, binnenkort komt er een einde aan deze prachtige tocht. Maarnu nog even niet. Morgen mag ik gelukkig weer op weg.....

Van Amsterdam naar Parijs

Ja want dat heb ik er nu zo´n beetje opzitten, meer dan 500 kilometer. Morgen ariveer ik in Leon en dat betekent dat ik al over de helft ben. En dat voelt heel gek. Ineens heb je meer achter je dan voor je. Het leek in het begin of er geen eind aan zou komen.

Ik geniet nu enorm van het lopen. Het dagelijkse ritme van opstaan in het donker, op de tast je spullen bij elkaar zoeken en de slaap uit je ogen wrijven en op pad. Na een kilometer of 10 ben ik opgewarmd, dat is geen wandelen meer maar een ´ommetje´ (pochte zij...). Aan het begin van de middag aankomen, wasje doen, wat eten en dan een siesta. Dan je nieuwe plek verkennen en de bezienswaardigheden bekijken. En over het algemeenben je snel klaar want meestal ishet een klein dorpje waar je bent aangekomen. We koken vaak samen in de herberg, wel zo gezellig en na een paar keer ´Menu de Peregrino´ (pelgrimsmenu) in een restaurant ben je daar ook wel op uitgekeken en verlang je weer naar wat zelfgemaakt eten. En de meeste herbergen hebben een keuken waar van alles aanwezig is om een lekker potje te koken. En dan om 9 uur naar bed. Een dagindeling waar ik prima aan kan wennen. Het is ook een bijzonder gevoel om steeds onderweg te zijn, iedere dag de zon te zien opkomen. Iedere dag is anders, het landschap verandert voortdurend en het is iedere dagweer een verassing waar je slaapt.

Ik heb op fantastische plekken geslapen.Zoals in de ruines van een kerk uit de 12e eeuw waar ook een hospitaal voor de pelgrims gevestigd was. Geenwarm water, geen elektra en samen met 10 andere pelgrims het avondeten klaargemaakt. Na het vallen van de duisternis zag ik een sterrenhemel als nooit te voren, met een duidelijk zichtbare melkweg. Heel indrukwekkend. De volgende nacht een slaapplek in een oude hermitage en de nacht daarna in een tipi! En soms lig je gewoon in een driedubbel stapelbed in een kamer met 50 anderen. Dus echt geen nacht is hetzelfde.

Ook ontmoet je iedere dag weer nieuwe mensen. Ik heb veel verschillende mensen leren kennen uit alle delen van de wereld. Een greep uit de nationaliteiten waar ik één of meerdere dagen mee samen gelopen heb: Japan, Ierland, Canada, Spanje, Oosterrijk, Nieuw-Zeeland, Namibie, Duitsland, Denemarken. Met sommige mensen loop je een uurtje, met andere loop je langer, soms wel een paar dagen. Het is heel gek maar in plaats van eenperiode van alleen zijn blijkt dit juist eenperiode van veel mensen, veel ontmoetingen en steeds weer opnieuw kennismaken. Maar vooral ook vanafscheid nemen want iedereen volgt zijn eigen pad en tempo dus het afscheid komt hoe dan ook onvermijdelijk. En dat is een goede leerschool want afscheid nemen is niet mijn sterkste kant.

Het is grappig om te merken hoe je hele kleine dingen gaat waarderen en koesteren. Een elastiekje dat bijna kapot is gebruikik voorzichtig nog een keer,een plastic zakje hangik te drogen in de zon en dat t-shirt datik al drie dagen aan hebt kan best nog een dag mee. Ik ben heel blij als er nog warm water is als ik onder de douche ga en er een haakje is waar ik mijn handoek aan kan hangen. Alles wordt een luxe.

De meseta, de uitgestrekte, onafzienbare hoogvlakte met graanvelden zo ver het oog reikt ligt bijna achter me. Ik kijk er naar uit om weer de bergen in te gaan. Na Leon zal het landschap weer veranderen en groener worden. En ook hier begint het herfst te worden. ´s Ochtends is het erg koud en de bladeren van de bomen beginnen te verkleuren. Maar als de zon eenmaal is opgekomen wordt het als snel warmer, al is het lang niet meer zo heet als in het begin.

De laatse dag dat het erg heet was ben ik erg ziek geworden, waarschijnlijk een combinatie van een buikgriepvirus of voedselvergiftiging in combinatie met uitdroging, nadat ik bijna 30 kilometer zonder schaduw en met te weinig water had gelopen. Drie dagen ben ik volledig knock -out geweest. Ik bleef maar overgeven, kon niets meer binnenhouden, zelfs geen water. Ik kon geen meter meer lopen, alleen nog maar slapen. Door het Rode Kruis ben ik met de auto naar het ziekenhis in Sahagun gebracht. Na een flinke injectie in mijn bil en wat zoutoplossing knapte ik weer wat op. Nu ben ik weer redelijkop de beenmaar nog steeds niet helemaal de oude. Daarom loop ik nu maar korte etappes, ongeveer 18 kilometer per dag. En dat vind ik eigenlijk wel prima want dan duurt het nog een beetje langer voor dat ik mijn doel bereik.

Door de wijngaarden van La Rioja

Vandaag de eerste dag dat ik weer een hele etappe gelopen heb. Het gaat weer wat beter met de blaren. Even heb ik me wel zorgen gemaakt maar na twee dagen rust zijn ze redelijk geheeld. Het voelt goed om weer onderweg te zijn. Ik ben vandaag in Azofra aangekomen, 15 kilomer van Santo Domingo de la Calzada.Inmiddels heb ik er 270 kilometer op zitten, ongeveer een kwart.

Het leven in de herberg begint steeds meer te wennen.Er is een groot verschil met de herbergen in het eerste gedeelte, de herbergen op dit gedeelte van de route zijn groot en van alle gemakken voorzien. Vaak hebben ze ook een grote keuken met alles wat je nodig hebt dus ik heb laatst een lekker bordje pasta klaar gemaakt. Het leuke van de herbergen is dat jeeen soort gemeenschap vormt. De meeste mensen kom je iedere dag opnieuw tegen en er wordenlief en leed en bijzondere levensverhalen gedeeld.

De herberg vandaag is overvol dus er is een noodgebouw geopend waar mensen met een matras op de grond kunnen slapen. Dat het zo druk is heeft ook te maken het feit dat de herberg die hier 5 kilometer vóór ligt op last van de gemeente gesloten is. Het gerucht onder de pelgrims gaat dat er ´bedbugs´waren en de hygiene onvoldoende was bij een inspectie. Doordat deze herberg gesloten is, moest iedereen noodgedwongen verder lopen om toch ergens te slapen.

Vandaag liep ik door de uitgestrekte wijngaarden van La Rioja, met zacht glooiende heuvels en waar ke maar kijkt zie je druivenplanten. En ja, je hoeft hier maar ergens naar binnen te stappen enjekan eenécht lekker glas wijn drinken. Nu kom ik regelmatig door een dorpje waar ik wat kan eten en drinken dus ik hoef nu minder proviand en water mee te nemen. Morgen ga ik naar het postkantoor om wat bagage poste restante naar Leon te sturen. Als ik daar aankom kan ik opnieuw beslissen of ik het toch nodig heb en dat ik het naar huis kan sturen. Ik neem het risico maar en stuur mijn slaapmatje ook op. Dat is weer een halve kilo minder.

Over enkele dagen kom ik aan in Burgos, de eerste echte grote stad op de route. Maar als je al een tijdje onderweg bent, voel je je toch een beetje vreemd tussen alle mensen die keurig aangekleed en fris gewassen op weg naar hun werk zijn. Ik loop daar dan tussen met mijn stoffige wandelschoenen, ongewassen haren en een rugzak waar van alles aanbungelt,: sokken, handdoek, zakjes met proviand. Maar in de meeste plaatsen zijn de mensen wel gewend aan die rare pelgrims en kijken ze niet op of om. Het is dus vooral mijn eigen idee.

PS: Helaas kan ik geen foto´s bij de verhalen plaatsen omdat de pc´s goed weggestopt zitten ín een ´hufterproof´ kist waar je alleen maar een muntje in kan gooien om te kunnen internetten. Maar misschien kom ik nog ergens waar ik mijn foto´skan uploaden.

PS

Bedankt voor al jullie lieve berichten! Het is onzettend leuk om iets van jullie te horen.

Dit berichtje is vooral ook bedoeld om jullie via de mailinglijst op de hoogte te stellen van het feit dat ik wat geschreven heb want dan ben ik bij het eerdere bericht vergeten te doen:)

Eindelijk!

Hehe, eindelijk een herberg met internet! Ik moest er wel ruim 200 kilometer voor lopen. Want zo ver ik dus nu,vandaag aangekomen in het dorp Los Arcos eninmiddels op de hoofdroute de ´camino frances´. De laatste twee dagen doe ik het rustig aan want ik word geplaagd door een paar vervelende blaren onder mijn voeten die me het lopen erg moeilijk maken. Vandaag en gisteren etappes van 10 kilometer, dat is niet veel en dat betekent dat je al heel vroeg in de herberg aankomt want ik ga ´s ochtend rond half 7 op pad. Maar nu heb ik wel even de tijd om mijn blaren te laten helen, een wasje te doen en op mijn blog te schrijven dus.

De laatse dagen is het behoorlijk druk op de route,ik ben zeker niet de enigeop wegnaar Santiago. Sommige mensenlopen maar een klein gedeelte, anderen zijn net als ik van plan om de hele route te doen. Het eerste gedeelte van mijn tocht was de aanlooproute door Aragon. Het was een prachrig stuk door de bergen en verlaten dorpen. Het is een dunbevolkt en eenzaam gebied met weinig voorzieningen. Dus je moet goed plannen hoeveel water en eten je meeneemt, het is niet vanzelfsprekend dat je zomdaar ergens iets kan kopen. Vaak moestik wel een kilometer of 10 lopen voor het volgende dorp en meestal was dat niet meer dan een gehucht. Maar wat een prachtig landschap!

Het is de eerste week erg heet geweest, sommige dagen bijna 40 graden. Dus nog vroeger op pad om er voor te zorgen dat je rond 2 uur in de herberg aankomt want daarna wordt het gewoon te heet om nog te lopen, zeker opstukken waar weinig schaduw is. Nu is het weer langzaam aan het veranderen en vandaag hadden we zelf een beetje regen. Het is wel nog steeds warm, ongeveer 28 graden en het voelt bijna Nederlands aan, klam en broeierig.

Het slapen in de herbergenvalt me soms best zwaar.De ene herberg is de andere niet en soms lig je met 30 man in een kleine ruimte in stapelbedden. En wat zijn er veel mensen die snurken! Daar helpenoordoppen nauwelijks tegen. En in sommigeherbergen wordt er op toegezien dat het licht om22 uur uitgaat en dat er pas vanaf 6 uur ´s ochtend vetrokken mag worden. Maar als dat niet het geval is dandoe je geen oog dicht want dan vertrekken sommige lopers al om 5 uur ´s ochtend en dan zijn de laatste feestvierende Spaanse jongeren die de herbergen gebruiken als goedkoop vakantieadres net binnen. Ik heb mezelf maar beloofd dat ik een keer per week in een pension of hotel mag slapen om een beetje bij te komen en wat privacy. Dat heb ik dus twee nachten geleden gedaan in Estella en wat kan je blij zijn met een eenvoudige kamer! Heerlijk, je gaat alles wel meer waarderen.

Ik heb al veel mensen ontmoet, soms loop je een paar dagen met elkaar op en kom je elkaar weer tegen in de herbergen. Maar zoals nu ben ik wat langzamer en kom je weer nieuwe mensen tegen. Iedereen stelt elkaar dezelfde vragen: waar kom je vandaan en waar ga je naar toe. De laatste wetenswaardigheden worden uitgewisseld en tips ter voorkoming van blaren of ander ongemak worden gedeeld. Er heerst behoorlijkwat saamhorigheid onder de pelgrims onderling, maar ook hier heb je, net zoals overal mensen die niet aardig zijn of ongeinteresseerd.

Morgen vertrek ik naar Viana, 18 kilometer verderop, hopelijk zijn mijn blaren weer een beetje hersteld. Ik denk dat het van nu af aan eenvoudiger wordt om wat vaker iets te schrijven. Dus tot binnenkort en veel liefs voor jullie allemaal!

Welkom op mijn Reislog!

Hallo en welkom op mijn reislog!

Dé plaats om op de hoogte te blijven van alle avonturen en ervaringen tijdens deze reis. Vanaf mijn vertrekzul je hier dan ookverhalen en hopelijk ook foto's vinden, en via de kaart weet je waar ik me bevind en waar ik ben geweest! Meer informatie over de reis die ik ga maken vind je in het profiel.

Wil je automatisch een mailtje ontvangen wanneer er een nieuw verhaal of een nieuwe fotoserie op deze site staat? Meld je dan aan voor mijn mailinglijst door je e-mail adres achter te laten in de rechter kolom.

Ik zie je graag terug op mijn reislog en en leuk als jeeen berichtje achterlaat!

Groet,

Aster